Over-/onderdrukplafonds

Luchtdoorlatendheid van metalen OWA-plafondsystemen

Cleanroomplafonds worden niet alleen door hun emissiegedrag gekwalificeerd. Het is ook van doorslaggevend belang hoe zij gebieden van lagere en hogere reinheidsklassen van elkaar scheiden en hoe zij reageren op verschillende luchtstromen die zich in cleanrooms voordoen. Deze differentiatie wordt bereikt door twee verschillende concepten: het verdringings- en het drukverschilconcept. In beide gevallen moet het plafondsysteem bestand zijn tegen de verschillende drukwaarden van de cleanroom, d.w.z. het plafond moet zo min mogelijk lekken vertonen. De voegen tussen de plafondpanelen worden zorgvuldig afgedicht, evenals de verbinding tussen wandhoek en plafondpaneel en tussen wandhoek en wand.

Meer informatie over het onderwerp:

DS 9398_Metalen plafonds voor bijzondere toepassingen

OWA over-/onderdrukplafonds volgens EN 1026 en EN 12207

Voor de classificatie van de OWAtecta-plafondsystemen S 22 heeft het Fraunhofer Institute for Manufacturing Engineering and Automation (IPA) in Stuttgart druktests volgens EN 1026 en EN 12207 uitgevoerd. Het plafondsysteem werd gemonteerd in een speciaal ontworpen testkast en luchtdicht afgesloten. Bovendien werd een standaardarmatuur OWA-Opal in een raster van het plafondsysteem ingebouwd en eveneens luchtdicht afgesloten. Het systeem werd vervolgens onderworpen aan een overdruk van maximaal +80 Pa en een vacuüm tot -50 Pa, waarna de leksnelheid van de testmonsters werd bepaald.

Resultaat: Kwalificatiebewijs van luchtdoorlatendheid „Klasse 4“ voor het OWAtecta System S 22. Het plafondsysteem S 22 voldoet niet alleen aan de geteste drukdichtheid, maar ook aan de eisen van luchtzuiverheid in cleanrooms en is daarom uitstekend geschikt voor gebruik in een groot aantal cleanrooms en ultrareine zones.